De uitbarsting van den Kloet*
Penoelis Editor Arya Blitar, Gunung, Kliping, Kloet, Tjerita Rabu, April 27, 2011
DJALOE.com - Naskah ini hanya kliping dari koran terbitan Batavia, Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, edisi 29 Mei 1901. Isinya tentang keadaan di Blitar, Jawa Timur, setelah Gunung Kelud di tapal batas antara Blitar-Kediri-Malang, meletus pada pergantian malam 22-23 Mei 1901. Untuk baca naskah dalam bahasa Belanda ini, ada dua pilihan; versi teks dan versi PDF. Versi teks memungkinkan siapapun untuk menyalin lantas menempelkannya di mesin penerjemah dari Google. Sedangkan versi PDF berguna untuk mengecek keaslian teks. Selamat membaca.
Blitar, Vrijdagavond. Over Malang en Wlingi bereikte ik heden middag Blitar, een der plaatsen die het meest de gevolgen van de eruptie van den Kloet hebben gevoeld. Uit Wlingi en Garoem en ook uit Blitar seinde ik kortelijk hetgeen ik onderweg van betrouwbare personen vernam: in Wlingi werd mij het aantal slachtoffers opgegeven als te bedragen circa 50; in de afdeeling Blitar moet dit aantal veel grooter zijn: reeds nu zijn 200 lijken gevonden en hiermee houdt het waarschijnlijk niet op.
Het schouwspel, dat hier gister morgen werd waargenomen, wordt mij beschreven als in de hoogste mate imposant en angstwekkend. De voornaamste bijzonderheden kent men reeds. Tegen half vier klonken geluiden als kanonschoten daarop begon het te rommelen en kwam een met steenen vermengde modder- en aschregen neer.
Tegen den tijd dat de zon moest opkomen, vertoonde zich voor dit hemellichaam een dichte bank van asch, die een rossig schijnsel afstraalde en een machtig-indrukwekkenden achtergrond vormde voor de kruinen der klapperboomen, waarover zich een cementkleurige asch had gelegd. De bevolking werd met ontzetting geslagen.
Een groot gedeelte der Europeanen begaf zich naar, het station, waar door de goede zorgen van den stationschef — over wiens houding wij niets dan lof hoorden — een trein in gereedheid werd gebracht, die in vijf kwartier tijds, langzaam voortstoomend, de overzijde van de Brantas, bij Redjotangan bereikte. Sommigen zetten de reis voort naar Kediri; het meerendeel echter keerde, toen het gevaar over scheen, naar Blitar terug. Ook naar Wlingi en Malang begaven zich eenige vluchtelingen.
De woningen der Europeanen werden door de Inlandsche bedienden zoo goed als aan haar lot overgelaten. Zij zochten 'een goed heenkomen, hetzij naar het station om met den trein te kunnen wegrijden, hetzij naar het hoogste punt van Blitar, waar onze vroegere stadgenoot, de heer J. J- Benjamin, hoofdagent der Koloniale Bank, woont. Ook bij vroegere erupties van don Kloet werd deze plek gespaaard. Een duizendtal Inlanders verzamelde zich hier, de meesten gewapend met lichtjes, wat in den donkeren nacht een teekenachtig schouwspel opleverde.
In tegenstelling met wat gewoonlijk gebeurt, waren de menschen kalm en rustig: zij spraken bijna niet en wachtten gelaten af wat komen zou.Modder en asch kwamen neer; ook vielen steenen, waaronder enkele ter grootte van een flinken bloempot. Op sommige ondernemingen werden zinken daken doorboord. In Blitar zelf vulden zich sommige lage gedeelten, zooals het erf van den assistent-resident, met modder ;*"zij steeg ter hoogte van de kuiten.
Over de daken en boomen stapelde zich de cementkleurige asch op en men kreeg de illusie van een besneeuwd landschap. De asch, die hier opgevangen is, (*) bleek te bestaan uit sterk zwavelige asch, grof metselzand en steentjes. De puimsteenen die uit den krater werden geslingerd moeten gedeeltelijk zijn afgekoeld ; bij het neerkomen op den grond spatte het gloeiende binnenste uiteen als een vonkenregen, Door sommigen wordt beweerd dat uit den bodem vlammen oprezen, brandende gassen, maar dit zal vermoedelijk op de wijze als wij uiteenzetten, moeten verklaard worden.
Terwijl — zoo vertelden mij ouden van dagen — in 1875 een koude bandjirvloed over Blitar kwam, was het water ditmaal warm. Gegist wordt, dat het water uit het kratermeer van onderen is verhit geworden en toen in de hoogte gespoten. Hier en daar vielen de steenen in zeer dichte massa neer. Op Margomolio, een der hoogst gelegen ondernemingen op den Kloet, werden sommige gedeelten van het bosch als uitgeroeid : het leek, alsof plekken schoongekapt waren. * + *
Tot nu toe vernam ik, dat zijn omgekomen de opzichter van Redjosari (in 't Wlingische) Persijn; twee kinderen van den heer Teding van Berkhout, den administrateur van Kedawong, en een Europeesche dame (dit laatste volgens Inlanders). De bijzonderheden van den dood der slachtoffers zijn in hooge mate aangrijpend.
Persijn moest om op Redjosari de woning van den heer A. Moormann te bereiken een punt passeeren tusschen Kloet en Kawi, waar het zeer gevaarlijk was van wege de neerstroomende lava. Hij moest in het donker—zoo vertelde mij eender geëmployeerden van de nabij gelegen onderneming Barahan, die van den heer S. Moormann, — zijn weg zoeken langs een rivier, waarin de lava meestroomde.
(**)
Ook vielen steenen neer, die bij het uiteenspatten den indruk gaven dat brandende gassen uit den bodem opstegen. Met de grootste moeite kwam hij voort. Zijn kleeren verbrandden. Eindelijk bereikte hij zoo goed als naakt de woning van den heer A. Moormann, waar hij veilig was.
Doch hij was met schrikkelijke brandwonden overdekt: hier en daar hingen lappen vleesch van zijn lichaam. Spoedig viel hij in een zwaren slaap —, waaruit hij niet ontwaakt is. Nog aangrijpender is het relaas van. wat den heer Teding van Berkhout met vrouw en kinderen overkomen is. Hij reed met zijn gezin in een rijtuig den weg af die van zijn onderneming naar Blitar leidt. Het was pikdonker.
De heer Teding van Berkhout, die uitstekend het terrein kende was zich bewust dat hij op zijn weg een zeer gevaarlijk punt moest passeeren. Toen hij dit achter den rug had, durfde hij de zweep over de paarden leggen.
Maar plotseling stortte het rijtuig in de diepte: er had zich een diepe waterloop gevormd en door de duisternis had men niets kunnen zien. De inzittenden werden in het onstuimige water geslingerd: de heer Teding van Berkhout sloeg tegen een steen en werd ten slotte op den rand van den waterloop geworpen.
Ongeveer een uur later ontwaakte hij uit zijn verdooving. Onmiddellijk toog hij uit om zijn eehtgenoote en kinderen te zoeken en angstwekkend klonken de namen van zijn nabestaanden, die hij riep en weer riep zonder eenig antwoord te ontvangen. Nog steeds heerschte een dichte duisternis. De heer Teding van Berkhout begaf zich naar eenige Inlandsche huizen in de buurt en wist eindelijk een lampje machtig te worden.
Op nieuw ging het op een zoeken. Daar vond hij zijn eehtgenoote, bewusteloos. Maar de kinderen waren nergens te zien. Eindelijk werd een van hen gevonden, bijna geheel bedolven. Later ook het andere. Heden morgen had de begrafenis van de arme kleinen plaats. De beproefde ouders gaven blijken van groote zielskracht, maar geen was er onder hen die de teraardbestelling aanzagen, die niet de tranen langs de wangen voelde vloeien.
De heer en mevrouw Teding van Berkhout worden hier verpleegd in het hotel van den heer Humme. Beiden hebben fysiek en moreel zwaar geleden. Hun rest nog slechts één kind, dat hier ter plaatse wordt opgevoed. Wonderbaarlijke ontsnappingen heb ik in menigte gehoord. De administrateur van Kalikebo is door het oog van een naald gekropen : zijn onderneming werd grootendeels vernield, maar op honderd meters van de woning, waarin hij rustig gebleven was, hield de brand (of de verschroeiing) van 't geboomte op.
Op de onderneming werden in 't geheel 19 lijken gevonden. Op gelukkige wijze ontsnapte ook een der geëmployeerden van de onderneming Barahan. Hij woont op Ramboet Monteh, een half uur van do hooger gelegen administrateurswoning; toen hij het gevaar bemerkte, snelde hij met een vijf-en> twintigtal Inlanders naar boven, waar hij dacht dat het veilig was. De afstand van een half uur werd door hem in tien minuten afgelegd.
Het regende steenen: tweemaal werd hij getroffen. Alle denken had opgehouden, evenals bij zijn lotgenooten. Wie getroffen neerviel, bleef liggen : niemand stak een hand naar hem uit. Met vijftien volgelingen bereikte hij de administrateurswoning. Later in den morgen bracht hij de eehtgenoote van den — afwezigen — administrateur, den heer S. Moormann, met vier kinderen en de kinderjuffrouw in veiligheid. Zij bevinden zich thans te Kepandjen.
In welke ongerustheid de heer Moormann, die te Djomban^ was, de reis herwaarts maakte, laat zich beg^pen. Vele dergelijke gevallen kwamen ons ter oore. Op Redjosari werden den eersten dag 14 lijken gevonden. Ook op Bantaran, in de buurt, zijn veel Inlanders omgekomen, In 't geheel moeten veel meer menschen zijn omgekomen dan men eerst vermoedde, al is de uitbarsting van den Kloet juist toen zij het hevigst was tot staan gekomen. Op bijna alle ondernemingen liep de Inlandsche bevolking weg. De schade moet hier en daar groot
(*) Ik heb een weinig kunnen verzamelen en stel dit gaarne ter bescgikking van natuuronderzoekers. (**) De rivier vóór het huis van den heer S. Moormann is dan ook met lava gevuld,
zijn. Uit den aard der zaak ia deze schade thans nog niet kunnen geconstateerd worden. Onze reeds t telegrafisch gegeven lijst kan nog worden aangevuld met de volgende mededeelingen. Soember Petong heeft veel geleden.
Ook Ngranka heeft groote schade. Op sommige plaatsen in de vlakte naar den kant van Kediri is het suikerriet en ook de padie neergedrukt. Van de meeste koffieondernemingen op het noordwesten van den Kloet is de oogst van dit jaar grootendeels vernietigd. Een groote vraag is, of de groote hoeveelheid gevallen asch niet den groei der gespaarde plantsoenen zal verstikken. Wat den tabaksoogst betreft, deze zal wel moeten worden afgeschreven.
De bestuursambtenaren hebben zeer veel ijver aan den dag gelegd. De resident van Kediri is naar Paree geweest en vertoeft thans hier. Spoedig hoop ik mededeelingen te kunnen doen van officieele zijde. II Van officieele zijde heeft men de welwillendheid mij als volgt in te lichten over de eruptie en haar gevolgen. De lahar —d. i. de weg van de lava etc. — blijkt te zijn geloopen van den Kloet westelijk van Panataran langs Alas Kedawong, verder voorbij de brug te Sangoet en Kepoenden noordelijk langs Blitar in de Brantas.
Ten Zuidwesten van Panataran heeft de lahar zich vertakt; een gedeelte is geloopen naar Srengat, voorbij het perceel Soember Nanas, en heeft zich bij Srengat links en rechts verdeeld. Alle perceelen in het Noorden van de districten Blitar en Gandoesari hebben een asch- en steenenregen gehad.
Tal van bruggen zijn weggeslagen, nl. alle tusschen Blitar en Alas Kedawong; verder twee groote bruggen vlak bij Blitar, t. w. bij Sangoet en Pakoenden. Zoo goed als alle administrateurs zijn op hun ondernemingen gebleven; had de heer Teding van Berkhout de zijne niet verlaten, dan zou hij waarschijnlijk gespaard zijn gebleven.
Intusschen ia op Alas Kedawong een employé-woning weggeslagen. Een ware ramp was het tusschen Semen, noordoostelijk van Wlingi, en de grens van Pasoeroean (bij de desa Kresig). Daar raakten verscheiden tuinen in brand: er moeten gloeiende luchtstroomen geweest zijn, die heele streken langs scherpe lijnen deden verschroeien.
Dit verschijnsel is nog niet opgehelderd. Getroffen zijn: de onderneming Wonoredjo; verbrand 80 bouws, omgekomen 40 menschen; de onderneming Redjosarie ; verbrand 50 bouws; omgekomen de opzichter Persijn en 25 Inlanders; de onderneming Bantaran ; verbrand 100 bouws '. (het mooiste gedeelte der tuinen); aantal menschelijke slachtoffers onbekend; de onderneming Kalikebo; vermoedelijk halve perceel verbrand; 19 personen omgekomen.
Al deze ondernemingen liggen zuidoostelijk van en nabij het kratermeer van den Kloet. Hier ontstond inderdaad onder de bevolking een paniek. Voor 't overige zijn de paniekberichten zeer overdreven. Op Alas Kedawong blijken te zijn omgekomen 5 menschen; op Kali Koening werden eenige menschen verwond, waaronder de opzichter Kaufmann.
Van Soember Nanas komt bericht, dat daar 5 Inlanders zijn omgekomen. In Paree zijn geen menschenlevens te betreuren. Naarmate de ondernemingen dichter bij den Kloet lagen, waren de steenen die er neerkwamen grooter.
Door den aschregen werd vrij wat suikerriet neergeslagen. Van de onderneming Kawarassan, naby de desa Goerah, trok de bevolking kalm en hun levende have meevoerend in westelijke richting. Van een paniek was echter geen sprake.
Heden ochtend (Vrijdag) zijn- allen naar hun haardsteden teruggekeerd. De Inlandsche hoofden zijn trouw op hun post gebleven. De materieele schade is hoogstwaarschijnlijk in de afdeeling Kediri grooter dan in de afdeeling Blitar. De' schade in de afdeeling Toeloeng Agoeng is onbeduidend. (Soer. Hbl.) M. van Geuns.
(*) Bij de groote massa „copy" omtrent den Kloet in de andere Indische bladen, hebben wij eene keus gedaan en het goedgeschreven reisverhaal van den heer van deuns overgenomen. Red. N.v.d.D



